Op 4 oktober 1957 had de Sovjet-Unie de eer om als allereerste een satelliet de ruimte in te sturen.
De Spoetniksatelliet was een aluminium bol van bijna 60 centimeter doorsnede, met een hitteschild er omheen. In de bol bevond zich een radio die vanuit de ruimte signalen kon verzenden. De biepjes lieten de Spoetnik 23 dagen lang oplichten in zijn baan om de aarde. Op 4 januari 1958 brandde de Spoetnik op in de atmosfeer.
De nuttige lading van Spoetnik 1 was uiterst gering:
Radiozender met een vermogen van 1 W. Deze zond uit op 20,005 en 40,002 MHz. Elk piepje duurde 0,3 seconde.
Drie zilver/zinkbatterijen, ontworpen om elektriciteit te leveren aan zender en ventilator.
Ventilator ter koeling van het interieur.
Ventilatorschakelaar, die aansloeg bij 30 °C en bij 23 °C de ventilator weer uitschakelde.
Schakelaar voor het inschakelen van radiozender en temperatuurregeling. Deze werd geactiveerd door een sensor, onmiddellijk nadat Spoetnik 1 zich afscheidde van zijn draagraket.
Thermische schakelaar. Bij een temperatuur lager dan 0 °C of hoger dan 50 °C wijzigde deze de duur van de radiosignalen (de ene antenne veranderde dan naar 0,2 en de andere naar 0,4 seconde).
Barometrische schakelaar. Bij een druk lager dan 0,35 kg/cm² aan boord paste deze eveneens de duur van het radiosignaal aan.
De bol zat in een aangepaste neuskegel die de gangbare springkop verving. Twintig seconden nadat de motor afsloeg, duwde een veer een 80 cm grote conische kuip naar voren. Vervolgens duwde een door gasdruk uit de vloeibare zuurstoftank aangedreven piston de satelliet naar buiten. Als noodvoorziening beschikte de raket over een pyrotechnisch afstootsysteem. Onmiddellijk na afstoting zorgde een krachtige zuurstofstraal ervoor, dat de afstand tussen de twee objecten snel toenam, om interferentie te voorkomen.
De met stikstof afgevulde bol stond onder een druk 1,3 atm en had een massa van 83,6 kg.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten